Wat er vóór 2022 gebeurde
Tot 2022 werkte de GGZ met DBC's: een heel behandeltraject werd als één product gedeclareerd, vaak pas ná afloop en soms meer dan een jaar later. Dat leverde rekeningen op die niemand kon controleren, over zorg die je je nauwelijks meer herinnerde, met bedragen die weinig te maken hadden met wat er die maand gebeurd was.
Wat er nu gebeurt
Elk consult is een eigen prestatie met een eigen tarief. Dat tarief hangt af van drie dingen: het type consult (diagnostiek of behandeling), de duur, en het beroep van degene die je zag. Een gesprek van een uur met een psychiater kost meer dan een gesprek van een uur met een basispsycholoog, en dat verschil zie je terug.
Praktisch betekent het: je ziet in het overzicht van je verzekeraar per maand welke consulten er waren en wat ze kostten. Dat is controleerbaar, en het is de reden dat mensen tegenwoordig eerder vragen stellen over hun rekening dan vroeger.
De twee dingen die verwarring geven
De duur telt, inclusief de tijd eromheen. Een consult van 45 minuten gesprek kan als 60 minuten gedeclareerd worden, omdat voorbereiding en verslaglegging meetellen. Dat is geen truc maar de systematiek; het staat in de tariefbeschikking van de NZa.
De zorgvraagtypering. Bij de start wordt ingeschat hoe zwaar je zorgvraag is. Dat getal gaat mee naar je verzekeraar. Het is geen diagnose en het zegt niets over wat je verteld hebt, maar het is wel informatie die je verzekeraar krijgt. Wil je dat niet, dan bestaat de privacyverklaring.
Waar je het kunt controleren
De tarieven zijn openbaar en per jaar vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit. Klopt er iets niet op je overzicht, vraag het dan eerst aan ons: een verkeerd gedeclareerd consult komt voor en is te corrigeren.